Technologie kost banen, maar verrijkt ook functies

29-12-2016

Bij plannen voor invoering van technologie die raakt aan de taakinhoud, moet de medezeggenschap vanaf dag één zijn rol opeisen. Dat bepleit bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen Jaap Uijlenbroek in OR informatie van november.

‘Technologische transitie op de werkplek is bij uitstek een taak voor de or’, meent Uijlenbroek. ‘Een offensieve or bouwt een sterkere positie op dan een or die afwacht tot hij het advies- of instemmingsrecht kan inzetten. Het gaat bij automatisering en robotisering immers om eigenaarschap van werk en veranderende taakinhoud, over werkplezier en het aanleren van nieuwe vaardigheden, over hoe de werkgever ervoor zorgt dat met het verhogen van de productiviteit ook de kwaliteit van arbeid verbetert. Reden genoeg waarom de or al aan de voorkant moet meedenken over hoe de organisatie nieuwe technologie wil inbedden. Ik doe dit ook met de or van mijn eigen dienst. De harmonisatie van ict-systemen proberen we zo in te richten dat niemand tussen wal en schip valt.’

Basale vragen

Overigens leert de ervaring dat vooral de techneuten in de organisatie snel de vinger opsteken zodra een werkgroep voor ict en technologie moet worden geformeerd. Uijlenbroek: ‘De ondernemingsraad moet zich realiseren dat de gemiddelde werknemer met de techniek moet werken. Daarom moeten in zo'n werkgroep ook minder technisch onderlegde medewerkers zitten. Juist zij komen met de basale vragen. In het begin ga je dan wat minder snel, maar aan het eind heb je er veel profijt van. Als or kun je de achterban dan ook helder de gemaakte keuzes uitleggen.’

Meer informatie

bron: OR informatie
dr. Jaap Uijlenbroek is directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf en bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen Publieke Sector op de Albeda Leerstoel van de Universiteit Leiden en het CAOP