Expertsessie Leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt CAOP – 18 september 2018

30-10-2018

Het lerarentekort in het primair onderwijs gaat zijn tol eisen. In Zaanstad wordt dit najaar de vierdaagse schoolweek ingevoerd. Ook in veel andere regio’s is het alle hens aan dek. Zij-instroom lijkt een interessante optie om het tekort te verminderen, zowel op korte als lange termijn. Waar wordt het al toegepast? En wat zijn de ‘lessons learned’ uit de praktijk?

Lerarentekort en zij-instroom in het primair onderwijs

Het lerarentekort in het primair onderwijs gaat zijn tol eisen. In Zaanstad wordt dit najaar  de vierdaagse schoolweek ingevoerd. Ook in veel andere regio’s is het alle hens aan dek. Zij-instroom lijkt een interessante optie om het tekort te verminderen, zowel op korte als lange termijn. Waar wordt het al toegepast? En wat zijn de ‘lessons learned’ uit de praktijk?
 
Frank Cörvers is bijzonder hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt (OAM) aan de Universiteit van Tilburg. Hij legt uit dat de lerarenmarkt gekenmerkt wordt door een klassieke ‘varkenscyclus’: periodes van overschotten en tekorten wissen elkaar af en daar is lastig op te anticiperen. ‘Zij-instroom is een interessant instrument om die cyclus te dempen, want op relatief korte termijn kun je al mensen voor de klas krijgen. Al moeten we het natuurlijk wel in perspectief plaatsen. De huidige tekorten zijn veel groter dan het aantal zij-instromers.’

Zij-instroom: een instrument met gunstige neveneffecten

Zij-instroom kan ook zorgen voor meer diversiteit in het lerarenkorps (bijvoorbeeld extra meesters voor de klas) en impulsen voor onderwijsvernieuwing. En op lange termijn kan het leiden tot een meer open arbeidsmarkt, waarin flexibeler kan worden gereageerd op eventuele tekorten en overschotten. Cörvers: ‘Nu is de onderwijsarbeidsmarkt nog erg afgeschermd. Het is een gespecialiseerde en regionale markt, met vlakke carrièrepatronen.’ Outsiders komen er lastig tussen in het onderwijs, met al haar traditionele structuren en gevestigde belangen. Als voorbeelden noemt Cörvers de macht van de vakbonden, met hun veelal oudere achterban. Maar de insider-outsiderproblematiek speelt ook op andere vlakken. Zo is er sprake van een sterke verschotting tussen primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Ook het bevoegdheidsstelsel schermt de markt af en leidt tot segmentatie: zonder de juiste bevoegdheid of graad kom je al bij voorbaat niet in aanmerking voor een specifieke functie. Door deze insider-outsiderproblematiek is er te weinig druk om verbeteringen door te voeren, constateert Cörvers.
 
Terughoudendheid bij scholen
Hij noemt nog een belangrijke belemmering voor zij-instromers: schoolbesturen twijfelen vaak over hun geschiktheid. ‘Hoe goed is de toetsing en selectie? Voldoet een verkorte opleiding wel? Kunnen de zij-instromers zich voldoende aanpassen aan de school- en beroepscultuur? En passen hun verwachtingen en eisen wel bij het onderwijs?’ Cörvers pleit dan ook voor meer onderzoek naar hoe zij-instromers hun verkorte opleiding doorlopen en hoe ze presteren voor de klas, ook ten opzichte van regulier opgeleide docenten. Verder kan het primair onderwijs wellicht veel leren van het mbo, dat nauwer verbonden is met het bedrijfsleven. ‘In die sector is het veel gebruikelijker om zij-instromers aan te stellen. Dat zie je ook aan de aantallen en subsidiemogelijkheden’, aldus Cörvers, die ook veel bureaucratie rondom zij-instroomtrajecten ziet. ‘Het ontbreekt aan slimme regelgeving en budgetten en subsidiemogelijkheden zijn vaak beperkt. Bovendien kunnen budgetten wellicht ook beter worden besteed.’

Genoeg interesse, maar ook veel knelpunten

Ruud van der Aa, onderzoekscoördinator bij het CAOP, neemt de zaal mee naar de praktijk. Aan belangstelling voor zij-instroom geen gebrek: in het schooljaar 2017-2018 verdubbelde het aantal aanmeldingen tot 350. Bovendien somt Van der Aa tal van regionale en landelijke stimuleringsregelingen, aanjaagpremies en subsidies op. Toch is de praktijk weerbarstig. Van der Aa signaleert een groot aantal knelpunten bij het optimaliseren van zij-instroom en pleit voor een ketenbenadering. ‘Bij zij-instroom zijn meerdere partijen betrokken. Dat vraagt om meer coördinatie en goede landelijke en regionale afspraken, zowel qua inhoud als planning. Nu zijn er nog te veel ad-hoc-initiatieven op individueel niveau; waarbij het ontbreekt aan massa en ervaring.’
 
Bedrijven/werknemers: veel belangstelling, maar…
Volgens onderzoek van Motivaction is ongeveer 40 procent van de beroepsbevolking potentieel geïnteresseerd in een onderwijsbaan. Maar die interesse is vaak nog weinig specifiek en vraagt om verdere oriëntatiemogelijkheden. Van der Aa benadrukt dat ook de informatievoorziening voor verbetering vatbaar is. ‘Die is op dit moment vooral gericht op het primair en voorgezet onderwijs, terwijl de interesse in een onderwijsbaan breder is. Daarnaast kan het onderwijs moeilijk flexibel inspelen op de individuele situatie van potentiële zij-instromers. De individuele arrangementen voor werknemers (verlof/salaris) zijn lastig te vertalen naar centrale afspraken met lerarenopleidingen. En als werknemers eenmaal de stap naar het onderwijs willen zetten en er sprake is van mobiliteitsplannen of reorganisatierondes, dan lopen die vaak niet synchroon met de jaarcyclus van het onderwijs en de lerarenopleidingen.’
 
Lerarenopleidingen: zien nieuwe kansen, maar…
Lerarenopleidingen zien zij-instromers als een interessante doelgroep, maar kunnen nog onvoldoende maatwerk bieden, vervolgt Van der Aa. ‘Verder is er te weinig capaciteit om vroegtijdig assessments af te nemen, terwijl dat juist een voorwaarde voor maatwerk is.’ Van der Aa constateert bovendien grote verschillen in aanbod. ‘Hierdoor kan het voor de potentiële zij-instromer lonen om te ‘shoppen’, maar tegelijkertijd zorgt dit voor onduidelijkheid. Bij welke lerarenopleiding kan een zij-instromer terecht met zijn of haar ervaring of opleidingsachtergrond? Ook zijn er onvoldoende oriëntatietrajecten voorafgaand aan de opleiding. En op dit moment bieden ook niet alle pabo’s trajecten voor zij-instroom.’  
 
Schoolbesturen: enthousiast, maar…
Bij schoolbesturen was tot voor kort weinig structureel beleid voor het werven en begeleiden van zij-instromers, constateert Van der Aa. ‘Het ontbreekt vaak aan een meerjarige personeelsplanning, waardoor vacatures vaak laat (pas in april) in beeld komen. Op schoolniveau zijn vacatures vaak wel in beeld, maar het duurt een tijd voordat het schoolbestuur daarover wordt geïnformeerd en in actie kan komen.’ Verder ziet hij dat scholen terughoudend zijn in het aannemen van zij-instromers. ‘Er is kans op uitval als je niet zeker weet of iemand geschikt is. Zij-instromers kunnen vaak niet direct voor de klas, vragen om extra begeleiding en worden vaak bovenformatief aangesteld, wat extra kosten met zich meebrengt. En niet overal is een goede begeleidingsstructuur.’
 
Gebrek aan regionale samenwerking 

Van der Aa ziet ook grote regionale verschillen. In krimpregio’s is er uiteraard weinig belangstelling voor zij-instromers; daar zijn ze gewoon op zoek naar vervangers. Binnen de G4 zijn er ontwikkelingen om oriëntatie, werving en begeleiding samen op te pakken. In sommige andere regio’s constateert het CAOP een moeizame samenwerking tussen schoolbesturen. Van der Aa: ‘Niet alle schoolbesturen zijn betrokken bij een regionale aanpak. Vaak is er ook sprake van concurrentie tussen scholen en pabo’s. Scholen denken vaak dat ze het probleem zelf kunnen oplossen en ook pabo’s staan niet altijd open voor een gecoördineerde, regionale aanpak.’ 
 
Drempels door wet- en regelgeving
Ook wet- en regelgeving vormt soms een knelpunt bij zij-instroom, schetst Van der Aa. ‘Zoals al aangegeven, is de huidige zij-instroomregeling in het primair onderwijs niet kostendekkend: zij-instromers kunnen niet direct voor de klas en worden bovenformatief aangesteld. Mensen die al een hbo-/wo-opleiding hebben die gerelateerd is aan onderwijs of zorg, moeten instellingscollegegeld betalen. Dit zorgt voor een drempel om een verkorte deeltijdopleiding te volgen. En voor onderwijsassistenten die de pabo willen doen, was er geen zij-instroomregeling (die is nu wel in de maak).’
 
Regionale trekkers en landelijke coördinatie
Van der Aa sluit af met een aantal concrete verbetersuggesties vanuit het CAOP: meer regionale samenwerking tussen schoolbesturen en pabo’s, waarbij zij-instromers na oriëntatie en stage gegarandeerd geplaatst kunnen worden. Verder pleit het CAOP voor regionale ‘trekkers’, die op regionaal niveau afspraken gaan maken met schoolbesturen, het bedrijfsleven en regionale steunpunten voor werving, selectie, oriëntatie, stages et cetera. Om de uniformiteit enigszins te waarborgen is een landelijk coördinatiepunt nodig voor de beantwoording van vragen, de ondersteuning van regionale steunpunten en het maken van afspraken met landelijke partijen.

Good practices in de G4

 In de G4 wordt de werving en begeleiding van zij-instromers al gezamenlijk opgepakt. John Swildens (programmamanager van Klassewerk) en Vivianne Spruit (oprichter/eigenaar Het Schoolbureau) vertellen over hun ervaringen.

Klassewerk – Den Haag

Klassewerk is een samenwerkingsverband van alle Haagse besturen en scholen en de gemeente Den Haag om het lerarentekort op alle fronten tegen te gaan. Het programma is actief in drie domeinen: meer leraren voor het Haagse primair onderwijs, goed opleiden door de pabo’s en leraren behouden. Het zij-instroomproject is een van de elf deelprojecten van hun brede programma. Swildens is enthousiast over zij-instroom: ‘In het eerste domein, het werven van meer leraren, hebben we geprobeerd om vele vijvers te bevissen. Maar de meeste stonden droog. Eigenlijk vormen alleen de zij-instromers een echt succesverhaal.’
 
Grote belangstelling
Bij de start van dit schooljaar zijn zo’n 35 à 40 zij-instromers gestart op een basisschool en aan een van de opleidingen, vertelt Swildens. ‘Dat hadden er ook wel zestig kunnen zijn, als de scholen er meer hadden kunnen plaatsen en als een van de pabo’s niet met een capaciteitsprobleem had gezeten wat betreft het afnemen van assessments. Op dit moment zitten er nog zo’n twintig kandidaten in de wachtkamer voor een assessment en nog eens twintig hebben zich gemeld voor een oriëntatie op het werken in het primair onderwijs.’
 
Onderdompeling in schoolleven
Klassewerk dankt zijn succes aan de goede samenwerking tussen en met de schoolbesturen en de gemeente, benadrukt Swildens. ‘Daarin moeten we blijven investeren.’ Hij is vooral opgetogen over de samenwerking tussen de HRM-afdelingen van de grote schoolbesturen. ‘Met de beleidsmedewerkers hebben we twee informatieavonden georganiseerd, waarop zo’n 400 belangstellenden afkwamen. En tijdens de Open Schoolweek hebben alle basisscholen in Den Haag hun deuren opengezet voor belangstellenden om eens een dagdeel te komen kijken of werken in een school iets voor hen is.’ Daarna is Klassewerk met geïnteresseerde kandidaten in gesprek gegaan, vertelt Swildens. ‘Met de HRM-afdelingen hebben we een zogenaamd ‘min 1-traject’ ontworpen: een onderdompeling in het schoolleven voor degenen die zich voorbereiden op het assessment. De kandidaat observeert lessen, geeft en ontwerpt zelf lessen, maakt kennis met toetsen, woont oudergesprekken en teamvergaderingen bij et cetera. Dat kost de kandidaat zo’n 80 uur, bij voorkeur uitgesmeerd over 6 à 8 weken. De details van het min 1-traject vullen scholen zelf in, maar de rode draad is uniform.’
 
Begeleiding als bottleneck
Er sneuvelden nogal wat kandidaten gedurende het min 1-traject. Jammer, maar Swildens beschouwt het ook als winst. ‘Beter tijdig inzien dat de match er niet is of dat het zij-instroomtraject niet geschikt is, dan uitval als de kandidaat al aan de slag is.’ Nu wordt het volgens hem pas echt spannend: ‘Gaan ze het redden, de zij-instromers? En gaan de scholen het redden? Want wat zich nu aftekent, is een groot gebrek aan begeleidingscapaciteit op de basisscholen. Degenen die de zij-instromers zouden begeleiden, bij wie ze altijd kunnen aankloppen, staan meestal zelf voor de klas. Dus de kans dat de zij-instromer zich alweer in het diepe gegooid voelt, is levensgroot aanwezig. De kans dat een schoolleider weer tot de conclusie komt dat het ook niks wordt met de zij-instromer doemt alweer op. Kortom, de kans op teleurstellingen over en weer groeit. We zijn er gelukkig tijdig bij, maar we moeten echt gaan ondernemen in Den Haag om dit capaciteitsprobleem op te lossen, want het maakt deel uit van het spook van het lerarentekort.’
 
Opa vertelt
Swildens denk we dit lerarentekort niet meer te boven gaan komen. ‘En dit is ook de kans waarop het onderwijs misschien wel vijftig jaar gewacht heeft. Ik denk dat we later terugkijken op deze periode als de kentering.’ Hij illustreert die hoopvolle gedachte met een mooie toekomstdroom: opa kijkt terug met zijn kleinzoon op schoot, zo rond 2040.
 
‘Tot 2017 was het heel gewoon dat elk kind tussen de 4 en 12 jaar een eigen juf had. Soms zelfs een meester. Een week lang! Nou, oké, soms hadden ze op donderdag of vrijdag een andere, maar dat was het ook. De hele dag één juf die alles kon. In elk geval dééd ze alles. En tot ver in de twintiger jaren van deze eeuw kreeg iedereen die bevoegd wilde worden eenzelfde opleiding en diploma. Pas op de basisschool werden de verschillen tussen de leerkrachten verzilverd. Pas daar – in het werkveld – werd het leuk, voor degenen die dan nog niet afgehaakt waren...’

‘Maar opa, dat is allang niet meer zo! Hoe kwam dat dan, die verandering?’

‘Nou jongen, dat kwam door de zij-instromers. Zij hadden al van alles van de wereld gezien en wilden daar het onderwijs mee verrijken. En er waren een paar schoolleiders en bestuurders die dat op tijd in de gaten hadden. Ook waren er ouders die op school kwamen. Niet om te zeggen: mijn kind wordt gepest, doe er eens iets aan. Of: mijn kind kan wel degelijk naar het vwo, zorg maar dat-ie het haalt. Nee, ze zeiden: ik heb een idee, mag ik eens komen praten? Of: ik kan iets bijzonders, zal ik dat eens op school laten zien? Of gewoon: ik kom wel even helpen.’
 
Iedereen is van het onderwijs
Volgens Swildens moeten scholen uiteindelijk zelf in beweging komen. ‘En daar hebben we de zij-instromers hard bij nodig. En waarom alleen zij-instromers? Waarom alleen bevoegde hoogopgeleiden? Als het onderwijs van iedereen is, is iedereen ook van het onderwijs. Maar goed, zover zijn we nog niet. Eerst gaan we in Den Haag deze lichting zij-instromers binnenloodsen en scholen helpen om ze goed te begeleiden. En natuurlijk gaan we nieuwe zij-instromers binnenhalen.’ Swildens – die in zijn pitch niet eenmaal het woord ‘salaris’ of ‘werkdruk’ laat vallen – wil als programmamanager niet de revolutie prediken, maar heeft nog wel wat suggesties. ‘Kijk door de hele problematiek heen ook naar de tekens aan de wand. Er is belangstelling genoeg om te werken in het onderwijs, maar lang niet iedereen is pabo-proof of wil de rest van zijn of haar leven fulltime leraar zijn. Verder heeft niet elke school evenveel last van vacatures. En het zijn echt niet alleen de ‘makkelijke’ scholen (wit, rijk of mooi gelegen) die het goed doen.’

Het Schoolbureau – Amsterdam

Het Schoolbureau houdt zich sinds 2012 bezig met zij-instroom in het voortgezet onderwijs. Medio 2017 heeft de gemeente Amsterdam het bureau gevraagd om zich ook op het primair onderwijs te storten. Oprichter/eigenaar Vivianne Spruit: ‘Inmiddels zijn al veertig zij-instromers aan het werk. Vijftien mensen zitten nog in het traject en zestien kandidaten zijn op ons advies de deeltijdopleiding gaan volgen.’

Méér dan de oplossing van het tekort
Vivianne Spruit geeft aan dat haar bureau dol is op zij-instromers. ‘Zij-instromers bieden meer dan de oplossing van het huidige capaciteitsprobleem. Zoals al eerder aangehaald, vergroten ze de diversiteit en zorgen ze voor een andere teamopbouw. We hebben twintigers, maar ook kandidaten van diep in de vijftig, en alles daartussenin. En ze komen uit allerlei hoeken. We zien kunsthistorici, mensen uit de mediawereld en het bankwezen, kandidaten met een exacte achtergrond... De helft heeft een academische opleiding en 30 procent van onze zij-instromers is man, twee keer zo veel als wat we gewend zijn op de Amsterdamse basisscholen.’
 
Waardevolle competenties
Zij-instromers nemen een betekenisvolle context en extra competenties mee het klaslokaal in, ziet Spruit. ‘Het zijn ondernemende mensen. Ze zijn innovatief en organisatiebewust, want vaak hebben ze al een heel werkend leven achter zich. Verder voelen ze zich snel ‘eigenaar’ van regel- en werkdruk en nemen ze verantwoordelijkheid op. Ze eisen zeggenschap op en zijn gewend om grenzen te stellen. Kortom, volop eigenschappen waar het onderwijs wat aan heeft.’
 
Leraarschap: roeping of vak?
In tegenstelling tot veel andere arbeidsmarkten, waar professionals gedurende hun carrière regelmatig van functie, specialisme of beroepssector veranderen, is de onderwijsmarkt erg geïsoleerd. De in- en uitstroom zijn gering. Spruit: ‘Het leraarschap is een roeping, hoor je vaak. En als je eenmaal leraar bent, blijf je dat gewoon. Wij denken dat het geen roeping is, maar een vak. Een vak dat je ook kunt leren als je een andere carrière hebt gehad. En wat als er mensen ook weer zouden uitstromen? Prima toch? Ga vooral verder kijken.’
 
Vroegtijdige uitval
Natuurlijk vormt uitstroom wel een probleem als die al in het prille begin plaatsvindt. Spruit spreekt dan liever van ‘uitval’. ‘Zoals bekend is er veel uitval onder startende leraren en zij-instromers. De redenen zijn divers. Soms zijn ze niet tevreden over hun salaris, maar vaak bevalt ook het beroep zelf niet. De professionaliteit van de schoolorganisatie valt ze tegen. Of de motivatie van hun leerlingen. Maar een van de belangrijkste redenen dat mensen snel afhaken, is dat mensen achteraf niet geschikt blijken.’
 
Het Onderwijsarrangement
Het Schoolbureau heeft een traject ontwikkeld om uitval al ruim voor de instroom te laten plaatsvinden: het Onderwijsarrangement. Dat traject begint met maandelijkse informatiebijeenkomsten in samenwerking met het UWV, die voor iedereen toegankelijk zijn. Spruit: ‘We hebben misschien wel 700 belangstellenden voorbij zien komen. We informeren ze over van alles, van salarisschalen tot de complexiteit van het vak.’ De informatiebijeenkomsten vormen al een eerste natuurlijke schifting. Mensen die nog steeds geïnteresseerd zijn, krijgen een selectie- en adviesgesprek, vertelt Spruit. ‘Daarin kijken we naar persoonlijke eigenschappen en reflectief vermogen, maar ook naar hun tijdsbesteding. Hoeveel tijd heeft een kandidaat per week beschikbaar? Is hij of zij ook nog mantelzorger, of alleenstaand met kinderen? Dan wordt het een lastig verhaal.’
 
Crash course in het onderwijs
Een deel van de kandidaten gaat vervolgens door voor de eerste ronde van een ontwikkelassessment. Die bestaat uit psychodiagnostiek, 360 gradenfeedback en een capaciteitentest. Vervolgens wacht een heuse Crash course: een korte cursus van elf dagen op een basisschool. Kandidaten lopen in groepjes van negen mee met een leerkracht. Ze leren hoe een schooldag is opgebouwd, gaan in gesprek met zittende docenten, worden getraind in basisvaardigheden en worden voorbereid op het geven van hun eerste les. Spruit: ‘Ze gaan voor het eerst een lesvoorbereidingsformulier invullen en zelf voor de klas staan. Vervolgens ontvangen ze feedback, waarop ze kunnen reflecteren en hun voorbereiding weer kunnen aanpassen. Zo krijgen ze inzicht in het vak en de manier van opleiden. Bij hun tweede les komt de assessor met een kijkwijzer in de hand, om te kijken of de kandidaat geschikt is.’
 
Zachte landing en duurzame instroom
Maar ook kandidaten die zowel het assessment als de Crash course succesvol doorlopen, mogen niet zomaar een vacature invullen. Eerst volgt nog een werkervaringstraject van drie maanden. Spruit: ‘De kandidaat staat dan nog niet op de loonlijst van de school, maar loopt mee met een leerkracht. Gaandeweg wordt hij of zij klaargestoomd door onze eigen coaches om de lespraktijk
onder de knie te krijgen, zowel individueel als op groepsbasis. Op die manier haalt de kandidaat niet alleen het geschiktheidsonderzoek van de hogeschool, dat nodig is om de aanstelling van zij-instromer te krijgen. Hij of zij is ook daadwerkelijk in staat om een groep te draaien en de vacature in te vullen.’
 
Gebrek aan begeleiding op school

Spruit rekent voor dat Het Schoolbureau dus in een kleine vier maanden de juiste mensen kan selecteren én klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Daarbij geeft ze wel aan dat ook zij tegen begeleidingsproblemen op scholen aanlopen. ‘We vinden het belangrijk dat onze kandidaten tijdens hun werkervaringstraject meelopen met leerkrachten die mentorentraining hebben gehad. Maar die groep is een beetje op. Alle mensen met mentorentraining hebben inmiddels wel iemand om te begeleiden, of het nu een zij-instromer, een starter of een stagiair is. Dat laat maar weer eens zien dat het lerarentekort een cumulatief probleem is.’
 
Toch is Spruit positief gestemd:. ‘We zien in zij-instroom veel meer potentie dan alleen de oplossing van het lerarentekort. We denken echt dat het onderwijs nu de kans heeft om een slag te maken. Zij-instroom biedt kansen om niet alleen de onderwijsarbeidsmarkt wat minder geïsoleerd te maken, maar ook de kwaliteit van onderwijs te behouden en wellicht zelfs te verhogen.’

Discussie: zij-instroom als duurzame oplossing?  

In de media word je momenteel doodgegooid met het lerarentekort. Een schoolbestuurder in de zaal vraagt zich hardop af of die negatief geladen term nog wel geschikt is. ‘Alles wat aandacht krijgt, groeit. Als we het de hele tijd over het tekort hebben, wordt het alleen maar groter. In onze beleving is het al bijna niet meer te beheersen!’ Ze gelooft dat de sector terug moet naar de essentie van onderwijs. ‘We doen het voor de kinderen. Wat hebben zij nodig? Hoe gaan we dat invullen en welke mensen zijn daarbij betrokken? Dat hoeft in mijn ogen niet altijd een leerkracht te zijn.’
 
Vasthouden of loslaten?
Veel deelnemers uiten kritiek op het ouderwetse onderwijsstelsel, dat niet uitblinkt in flexibiliteit. ‘We zitten helaas klem in een systeem van onderhandelingen en vakbonden met vooral oudere leden. Volgens mij moeten we helemaal geen leerkrachten vasthouden, maar loslaten. Jonge mensen willen helemaal niet voor dertig à veertig jaar het onderwijs in. Waarom zou je als leraar na zeven jaar niet iets anders kunnen gaan doen?’
 
Brede educatieve scholen
Het stelsel is nodig aan revisie toe, klinkt ook elders in de zaal. ‘Zij-instromers vormen een goede noodoplossing. Maar ook hen persen we in dezelfde mal. Een structuur waarmee we niet meer in staat zijn om de grote problemen in het onderwijs op te lossen: hoe organiseren we het beter, hoe komen we terug bij datgene waar onderwijs voor bedoeld is? En hoe raken we het mentale beeld kwijt dat het beste onderwijs gelijkstaat aan één generalist voor de klas, die een jaar lang 35 kinderen onder zijn of haar hoede heeft? Ik zou veel meer kiezen voor ontschotting: educatieve scholen, waarin je als toekomstig docent niet meer gelijk in het kokertje van po, vo of mbo terechtkomt, maar breed wordt opgeleid.’
 
Uitgebluste brandweerman
Referent en hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt Marc van der Meer zorgt voor een vrolijke noot met een kleine anekdote. Het vraagstuk van de insiders tegen outsiders dekt de lading niet, de literatuur onderscheidt ook de categorie van de ‘intreders’ en de sociale normen die daarbij gelden, de vraag is alleen welke intreders je voor ogen hebt omdat er in alle sectoren tekorten zijn: ‘Eerder vandaag had ik een bijeenkomst met vertegenwoordigers van sociale partners  en onderwijswethouders. Eén van de wethouders zei: er is niets zo rampzalig voor een school als kinderen naar huis te moeten sturen. Alles beter dan niets. Dan nog liever een uitgebluste brandweerman voor de klas!’
 
Intensieve selectie, oriëntatie en begeleiding

Uitgebluste brandweermannen in het basisonderwijs. Kunsthistorici voor de klas. Financieel professionals die de Rabo voor de pabo verruilen… In veel sectoren zijn uitstekende docenten in de dop te vinden, blijkt uit de verhalen van vandaag. Maar hoe kunnen we dat potentieel op een goede manier benutten? Van der Meer komt nog even terug op de good practices in Den Haag en Amsterdam. ‘Wat ik uit beide verhalen leer, is dat jullie drie dingen doen. Allereerst selecteren jullie uitvallers al vóór de instroom, door veel te investeren in werving- en selectie-instrumenten vooraf. Ten tweede zorgen jullie voor een intensief traject voor kandidaten die aan de slag gaan, of je het nu onderdompeling of Crash Course noemt. En ten slotte leggen jullie veel nadruk op het bieden van begeleiding op scholen zelf.’
 
Vijf voor twaalf
In Zaanstad wordt dit najaar de vierdaagse schoolweek ingevoerd. Ook in veel andere regio’s is het vijf voor twaalf, blijkt vandaag maar weer eens. Regionale transfercentra bieden uitkomst, maar in tijden van hoogconjunctuur drogen ook die op. Een aanwezige directeur van een transfercentrum houdt nu al zijn hart vast voor komende winter. ‘Vorig jaar hadden we nog 500 invalleerkrachten, maar we zijn er 200 kwijtgeraakt aan de vaste formatie. Dus we hebben ongeveer 300 oplossingen per week. En ik weet nu al dat we in januari/februari overvraagd gaan worden. We gaan straks 800 aanvragen krijgen. Klassen zullen massaal naar huis gestuurd worden. Allemaal omdat we geen continuïteit van het onderwijsproces hebben geregeld. Onze formatie gaat uit van 100 procent, maar onze feitelijke behoefte is 110 procent. Dan pas heb je kwaliteit en continuïteit.’
 
Meer samenwerking en ondernemend gedrag
Als één ding vandaag duidelijk wordt, dan is het de schreeuwende behoefte aan coördinatie en stroomlijning: tussen opleidingen, schoolbesturen, regionale transfercentra en de PO-Raad. En de term ‘zij-instroom’ gebruiken we nog hooguit twee jaar, voorspellen veel aanwezigen. Daarna zullen we het gewoon hebben over instroom: hoe kunnen we verschillende type mensen interesseren voor een onderwijscarrière? Dat vraagt om ondernemerschap, zowel van opleidingen als schoolbesturen. De directeur van het transfercentrum: ‘Schoolbesturen bewegen veel in hun hoofd, maar op gedragsniveau gebeurt er te weinig. Dat is funest, want we kunnen het straks niet meer uitleggen als we hele klassen naar huis moeten sturen.’ Zij-instromers die zich aanmelden, moeten een fijne ‘klantreis’ krijgen, merkt hij daarnaast op. ‘Ik ken zij-instromers die hebben aangeklopt bij een schoolbestuur. Zij-instroom? Doen we niet aan, daar hebben we geen beleid voor... Twee keer zo’n ontmoedigende ervaring en je bent klaar.’
 
Capaciteitsprobleem
Opleidingen doen hun stinkende best, vertelt een deelnemer. ‘Er zijn nu 90 zij-instromers klaar om aan de slag te gaan. Dat is natuurlijk peanuts vergeleken met de huidige vraag. Verder zijn er ongeveer 1500 deeltijdstudenten in verkorte trajecten. Die zijn over één à twee jaar pas zover om voor de klas te staan. Op dit moment staan er landelijk 400 zij-instromers klaar om opgeleid te worden. Daarnaast staan er nog eens 150 potentiële zij-instromers klaar voor een assessment. Maar daar zit dus de grootste hobbel: we hebben een capaciteitsprobleem.’
 
Formele versus informele school
Onder druk wordt alles vloeibaar. Scholen die problemen krijgen met de continuïteit van hun onderwijs, leggen noodverbanden aan. Ouders en gepensioneerde opa’s en oma’s nemen al veel taken over: ze zijn pauzewacht, voorleesouder, rekenhulp of begeleider naar de sportzaal of het zwembad. De formele en de informele school lopen dus al steeds meer in elkaar over. ‘En als het water hoog aan de lippen staat, zullen er pooltjes ontstaan om de vijfde schooldag in te vullen’, voorspelt John Swildens van Klassewerk. ‘Dat hoor je nog te weinig in de hele zij-instroomdiscussie. Natuurlijk, het docentschap is een vak. Je hoeft niet per se een volledige baan als docent te hebben. Misschien kun je ook deeltaken uitvoeren. Maar ook dat vraagt om een ondernemende cultuur.’
 
Out of the box
Gespreksleider Patrick Banis, directeur Arbeidsmarkt van het CAOP, sluit af. ‘The war on talent – om maar een mooi Nederlands woord te gebruiken – is losgebarsten. Sectoren als het onderwijs, de zorg en de veiligheidswereld gaan elkaar beconcurreren om nieuw personeel. Dus we zullen misschien wel naar gekke, onconventionele middelen moeten grijpen.’