Expertmeeting ‘Anders werken, anders organiseren’

29-01-2019

Gevolgen voor het onderwijs en de inzet en taken van het personeel

Steeds meer scholen stappen af van regulier klassikaal onderwijs en kiezen voor nieuwe organisatievormen. Wat zijn hun motieven? Welke gevolgen heeft hun soms radicale switch voor de kwaliteit van het onderwijs? En wat betekent het voor de werkbeleving van het personeel en de invulling van het leraarsvak? Tijdens een expertmeeting op 12 december deelden onderzoekers en onderwijsprofessionals een schat aan informatie en praktijkervaringen.

TOM-scholen, SlimFit-scholen en integrale kindcentra: genoeg voorbeelden in Nederland die laten zien hoe scholen het onderwijs anders kunnen organiseren. Ter introductie geeft elke deelnemer vandaag een praktijkvoorbeeld. Alle denkbare onderwijsniveaus passeren de revue, van voorschoolse opvang tot de universiteit. Het kennismakingsrondje geeft goed weer hoeveel bloemen er bloeien in het Nederlandse onderwijslandschap, dat volop in transitie is.

Anders leren, anders werken?

Na deze inspirerende aftrap geven CAOP-onderzoekers Jo Scheeren en Deborah van den Berg een duo-presentatie. De twee hebben een verkenning gedaan naar de motieven die scholen hebben voor anders organiseren en onderzochten de personele gevolgen. Hiervoor hielden zij zo’n dertig interviews op basisscholen die het onderwijs anders organiseren. Verder hebben zij enkele gesprekken gevoerd met scholen voor voortgezet onderwijs.

Samenwerken in units

Met name de samenwerking in multidisciplinaire teams is populair onder scholen die het onderwijs anders organiseren. Het wordt vaak gegeven in grotere units, op leerpleinen of in domeinen. ‘Leraren werken samen met andere leraren en soms met onderwijsassistenten of lerarenondersteuners. Daarnaast ontstaan nieuwe functies zoals unitregisseur of leerplekcoördinator’, licht Van den Berg toe. Op veel van deze scholen worden de taken binnen het team verdeeld, waardoor taakdifferentiatie mogelijk is. Scheeren: ‘Leraren die goed in rekenonderwijs zijn, kunnen niet alleen aan hun eigen leerlingen rekenles geven, maar voortaan aan de hele school.’

Voordelen

Anders organiseren kan scholen diverse voordelen bieden, concluderen Scheeren en Van den Berg. Zo hebben scholen het idee dat zij leerlingen op deze manier beter kunnen voorbereiden op het vervolgonderwijs en de toekomstige arbeidsmarkt. Scheeren: ‘Leerlingen worden gestimuleerd om zelfstandig aan de slag te gaan, en lopen minder aan de leiband van de leraar.’ Ook voor het personeel zien scholen diverse voordelen. Zo zijn medewerkers beter gemotiveerd en ervaren zij een groter gevoel van saamhorigheid. Anders organiseren biedt ook aanknopingspunten voor de problemen waar het onderwijs tegenaan loopt, maar lost deze uiteraard niet direct of volledig op. De werkdruk zal bijvoorbeeld niet direct afnemen door het onderwijs anders te organiseren. Dat geldt ook voor het lerarentekort, al biedt anders organiseren wel aanknopingspunten om het tekort gedeeltelijk op te vangen, ziet Van den Berg: ‘Omdat in teamverband wordt gewerkt, kunnen scholen vaak makkelijker kortdurend verzuim opvangen, waardoor minder vervangend personeel nodig is.’

Onderwijskwaliteit

Of anders organiseren in de praktijk een positieve invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs, is op basis van de verkenning niet vast te stellen. Meer onderzoek naar leeropbrengsten is dus nodig, benadrukt Van den Berg. ‘De scholen zijn zelf positief over de onderwijsresultaten en hebben het idee dat zij leerlingen het beste kunnen bieden. Maar ik ben ervan overtuigd dat het per school verschilt, net als in het traditionele onderwijs. Er zitten excellente scholen tussen, maar ook scholen die minder goed presteren.’

Geen blauwdruk

Voor scholen die het onderwijs anders willen organiseren, is geen blauwdruk beschikbaar: scholen kunnen hier naar eigen inzicht vorm aan geven, uiteraard binnen de wettelijke kaders. Als scholen het onderwijs anders organiseren, vraagt dit in ieder geval wel om een gedeelde visie, onderlinge samenwerking en het meenemen van leerlingen, ouders en personeel in het veranderproces. Tijd, goede communicatie en afstemming zijn hierbij cruciaal. Ook zullen deze scholen vaak moeten opboksen tegen de nog overheersende opvattingen van traditioneel klassikaal onderwijs. En ook voor scholen die anders zijn gaan organiseren geldt dat zijn nooit ‘af’ zijn, benadrukt Scheeren: ‘Zowel de schoolleiding als het personeel zal moeten zorgen voor een continue leercultuur, waarin ruimte is om fouten te maken.’

Van autonomie naar saamhorigheid

Bij nieuwe vormen van onderwijs ‘verliezen’ leraren in veel gevallen hun eigen klaslokaal. Ze delen de verantwoordelijkheid voor een groep leerlingen in de nieuwe situatie met andere leraren en, in veel gevallen, met onderwijsassistenten en lerarenondersteuners. Dit vraagt om andere vaardigheden van het personeel, dat meer gericht is op samenwerken en, in het geval van leraren, op coaching. Scheeren: ‘De autonomie van de klassikale leraar maakt plaats voor een ander soort regelruimte, op teamniveau.’ De personeelsleden die werken op scholen die het onderwijs anders organiseren, zijn volgens de schoolleiders overwegend tevreden over hun baan en de organisatie. Verder hebben zij over het algemeen plezier in hun werk, ook als zij in het begin sceptisch tegenover de veranderingen stonden. Daarnaast verandert anders organiseren het loopbaanperspectief van de leraar, verwacht Van den Berg. ‘Als het concept van anders organiseren meer verspreid raakt, kan het meer potentiële leraren naar de pabo trekken. Veel jonge leraren voelen zich namelijk aangetrokken tot deze nieuwe organisatievormen.’

School zonder klaslokalen

Een nieuwe inrichting van het onderwijsproces stelt soms ook andere eisen aan een schoolgebouw, blijkt op IKC De Toverberg in Zoetermeer. Dit integraal kindcentrum biedt onderdak aan basisschool ’t Schrijverke, Kinderopvang De Drie Ballonnen en het Meerpunt, centrum voor jeugd en gezin. In de zomer van 2017 betrokken zij een nieuw gebouw, geheel ontworpen volgens de laatste inzichten in onderwijshuisvesting. Een school zonder klaslokalen, docentenkamer of aula. John Vonk, directeur van ’t Schrijverke, legt uit dat het de uitkomst was van een jarenlange zoektocht. ‘We wilden leerlingen actiever aan het leren krijgen en ook de passie bij leerkrachten weer vergroten.’

Terug naar de kern

Vonk kwam ze dagelijks tegen: leraren die na schooltijd met stapels nakijkwerk zaten te worstelen of nog inktpotjes stonden te vullen. ‘Kan dat nou niet anders, dacht ik. Kunnen we onze leerkrachten niet terugbrengen naar waar ze oorspronkelijk voor opgeleid zijn: instructie geven en inspelen op de onderwijsbehoeften van kinderen?’ Een experiment met kleinere klassen had geen resultaat. Bovendien boden de nieuwbouwplannen een uitgelezen kans om het over een andere boeg te gooien: gepersonaliseerd onderwijs in een open ruimte, met grotere groepen. Vonk nam een eerste onderwijsassistent aan en deelde zijn plannen met ouders. Die waren aanvankelijk bezorgd dat hun kinderen in de nieuwe situatie zouden ondersneeuwen. Vonk zette door, waarbij hij wel om de twee maanden om tafel ging met ouders om te evalueren. ‘Op een gegeven moment bleek dat de onderwijsresultaten iets beter waren. Maar wat het allermooiste was: ik zag kinderen niet meer elke dag achter hun tafeltje zitten, opgesloten tussen dezelfde vier muren. Al in de eerste weken zag ik ze in beweging komen en ontspannen. Sommige kinderen gingen zelfstandig aan de slag op hun iPad. In weer een ander hoekje zaten leerlingen samen te werken. En op de kussens lagen kinderen languit een boek te lezen.’

TOM-school

Plannen om de nieuwe onderwijsvorm schoolbreed in te voeren riepen wederom weerstand op bij ouders. Vonk: ‘Ik kwam niet eens aan mijn presentatie toe. ‘John, ga je experimenteren met mijn kinderen?!’, kreeg ik te horen. Pijnlijk, heel pijnlijk!’ Toch kwam het initiatief van de grond, ook omdat in 2009 de samenwerking werd gezocht met Teamonderwijs op Maat (TOM), een levendig en beproefd model voor onderwijsvernieuwing. TOM speelt zich niet meer af binnen de muren van een klaslokaal. Het geeft invulling aan eigentijds onderwijs, met meer individuele aandacht voor leerlingen en een gemotiveerd en inspirerend onderwijsteam. In deze nieuwe visie krijgen leerlingen en medewerkers de regie over hun eigen leer- en ontwikkelingsproces. Leerlingen krijgen les of instructie in hun eigen basisgroep, maar werken voor sommige opdrachten samen met leerlingen uit andere basisgroepen. Dan worden ze bijvoorbeeld ingedeeld op gedeelde interesses, leerstijl of praktische vaardigheden. Per dag wisselen ze meerdere keren van ruimte en/of groepssamenstelling. Vonk: ‘Rekenen doen we tegelijkertijd door de hele school, zodat een kind uit groep 5 ook in groep 6 of 7 – of desnoods in groep 3 of 4 – instructie kan halen.’

Gezamenlijke regie

Niet alle leden van zijn lerarenkorps zaten op de radicale ommezwaai te wachten, geeft Vonk toe. ‘Deze nieuwe manier van onderwijs moet natuurlijk wel bij je passen. Veel leraren zijn opgebloeid. Maar in vijf jaar tijd hebben we ook van vier collega’s afscheid genomen. En dat waren niet alleen oudere leerkrachten hoor! Er zijn ook jonge stagiairs die binnen drie dagen gillend weglopen. Omdat ze het niet kunnen, niet willen of eng vinden. Kinderen bewegen hier door open ruimtes. In je eentje heb je niet meer het totaaloverzicht over de hele klas. Bovendien kun je de deur niet dichttrekken als je een keer een baaldag hebt. Je móet elkaar opzoeken en samenwerken. Ik zeg het wat gechargeerd, maar in feite heb ik alle autonomie van mijn leraren afgenomen. Daar krijgen ze natuurlijk wel heel veel voor terug. Ze kunnen zich specialiseren in wat ze leuk vinden en waar ze goed zijn. Ik heb nu bijvoorbeeld een onderwijsassistent die onze specialist hoogbegaafdheid is geworden. Ze is inmiddels vierdejaars pabo en onze school betaalt haar opleiding. Op die manier kunnen we iets voor elkaar betekenen.’ Vonk liet medewerkers ook meebeslissen over de invulling van de nieuwbouw. ‘Dus ja, ik heb ze individueel wat autonomie afgenomen, maar daar krijgen ze gezamenlijk de regie over de hele school voor terug.’

Beroepseer

Zijn docenten hoeven zich tegenwoordig niet meer te manifesteren als manusje-van-alles, stelt Vonk tevreden vast. ‘Of de werkdruk verminderd is? Welnee, die is alleen veranderd. Maar leerkrachten doen het nu wel met passie. Ze zijn er trots op dat ze deel uitmaken van onze organisatie en mede invulling mogen geven aan deze nieuwe manier van leren.’ Vonk is dankbaar voor het vertrouwen dat hij heeft gekregen van de gemeente Zoetermeer, ouders en andere betrokkenen. Hij hoopt van harte dat meer schoolleidingen de sprong in het diepe durven te maken. ‘Vaak houden gevoelens van angst dit soort initiatieven tegen. En ik vond het ook heel spannend hoor…’ Gelukkig hoeven scholen het wiel niet helemaal zelf uit te vinden, besluit hij. ‘Ik zou zeggen: ga vooral eens bij andere scholen op bezoek om een nieuwe onderwijspraktijk te bekijken!’