De hoogste loonstijging en andere opvallende feiten uit cao-land

27-11-2018

In vrijwel alle cao’s van de publieke sectoren staan afspraken over flexcontracten, tijdelijke aanstellingen en/of de beperking daarvan. Veel cao’s bevatten afspraken over vermindering van de werkdruk en de introductie of verruiming van keuzebudgetten. En de meest recent afgesloten cao’s hebben relatief de hoogste loonstijging. Deze en andere opvallende feiten kwamen aan bod tijdens de openbare debat over ‘De stand van zaken in cao-land’ bij het CAOP op 21 november. Het zou best eens een jaarlijkse traditie kunnen worden.

Twee onderwijssectoren − vo en mbo − kennen een cao met een loonstijging van ongeveer 3 procent. Ook in het hbo is de salarisontwikkeling bovengemiddeld, net als bij het Rijk, de politie en umc’s. Van de dertien cao’s in het publieke domein − alleen defensie heeft er nog geen − hebben die van de zes genoemde sectoren de meest recente ingangsdatum. ‘Dat is ook te verwachten. De economie groeit, de arbeidsmarktkrapte komt erin terug, net als de ontwikkeling in de marktsector’, zei Wilco Brinkman. De projectleider technologie & werk bij het CAOP heeft de cao’s met elkaar vergeleken en presenteerde zijn bevindingen. Hij vond geen verband tussen loonafspraken en looptijd. Wel zijn verschillende cao’s iets langer van kracht dan gebruikelijk: drie 36 maanden (waterschappen, politie en umc’s) en twee 30 maanden (Rijk en wo). ‘Komt omdat de einddatum samenhangt met de aankomende normalisering’, volgens Brinkman. De cao voor het primair onderwijs heeft met veertien maanden de kortst looptijd.

Generatiepact

Onder het containerbegrip ‘duurzame inzetbaarheid’ valt terugdringing van de werkdruk. Dat komt in alle cao’s terug, maar bij de onderwijssectoren en politie het sterkst. Het generatiepact, waarbij oudere werknemers minder mogen werken met beperkt inkomensverlies en volledige pensioenopbouw, is in vier cao’s opgenomen, waaronder die van de gemeenten en het wo. Ondanks de grote interesse, hebben slechts 72 van de 380 gemeenten hier afspraken over gemaakt, wist iemand in de zaal. Bij de universiteiten is het pact een pilotproject. Brinkman vroeg zich af of de motivatie achter het pact nog wel relevant is. ‘Vijf jaar geleden was de gedachte dat ouderen gezonder de eindstreep zouden halen en jongeren in hun plaats konden instromen. Is dat laatste argument bij een goed draaiende economie en krapte op de arbeidsmarkt nog wel valide? Het lijkt misschien meer een soort vutregeling geworden.’ Bij de universiteiten is die instroming in elk geval nog actueel, luidde een reactie.

Leerambassadeurs

Wat opleiding en ontwikkeling betreft hebben vooral de overheidssectoren afspraken gemaakt over loopbaan- en feedbackgesprekken. De gemeenten stellen leerambassadeurs aan, die collega’s stimuleren om gebruik te maken van de ontwikkelmogelijkheden. De provincies kennen een ontwikkelbudget van € 5.000,00 per vijf jaar per medewerker, gefinancierd uit het budget voor variabel belonen. Bij universiteiten worden tijdelijke contracten pas verlengd tot vier of zes jaar als er ook ontwikkelafspraken zijn gemaakt. Een andere koppeling, die tussen tijdelijke aanstelling en generatiepact, staat in de politie-cao. In verreweg de meeste cao’s ligt de focus op meer vaste contracten.

Individueel Keuzebudget

Sommige onderwerpen in de cao’s worden vertaald naar een bedrag, dat wordt toegevoegd aan het Individueel Keuzebudget (IKB). Een andere vorm van zeggenschap zijn volgens Brinkman de afspraken over zelf- en teamroosteren bij politie en in het po. Opvallend vond hij ook de afschaffing van het persoonlijke budget bij de academische ziekenhuizen, en het IKB van 20 procent van het salaris, het grootste van alle sectoren, bij de waterschappen. Toch is dat niet zo enorm, verhelderde Ingrid Blom van de Unie van Waterschappen vanuit de zaal. Het gaat om een vereenvoudiging en het IKB is grotendeels gefinancierd uit bestaande middelen. Veel extra’s die andere sectoren apart kennen, zoals bovenwettelijke verlofdagen, vergoedingen voor de ziektekostenverzekering zijn erin ondergebracht. ‘Het lijkt veel, maar komt overeen met de andere rijkssectoren.’

Cocreatie

Tot slot bracht Brinkman de cao-onderhandelingsprocessen in beeld. Sectoren waar het ‘geknetterd’ heeft zijn volgens zijn indeling de politie, po en defensie, dat nog steeds geen akkoord heeft. Conflicten gingen vooral over loonontwikkeling en in mindere mate verlaging van de werkdruk en pensioenen. Bij de waterschappen, umc’s, Rijk en vo zijn minder acties gevoerd, bij het hbo en mbo nog minder, en bij gemeenten, provincies, wo en onderzoeksinstellingen verliep de totstandkoming het soepelst. Gemeenten en provincies hebben zelfs onderhandeld op basis van cocreatie. ‘Daar hebben medewerkers en leidinggevenden uit de sector, vaak op de achtergrond, met onderhandelaars nagedacht over onderwerpen en zo thema’s voor de cao-tafel voorbereid.’

Normaliseringsfeest

Als afsluiting ging Barend Barentsen, hoogleraar op de organiserende Albeda Leerstoel, in op ‘de betrekkelijke waarde van actievoeren’,  de lastige meetbaarheid van minder werkdruk en de moeilijkheid om cao-afspraken te laten doorwerken op de werkvloer. De discussie over tijdelijke en flexcontracten vond hij nuttig, ‘maar misschien zou het nuttiger zijn om te zien hoe je je vaste medewerkers flexibel kunt houden.’ Hij eindigde bij het aanstaande ‘normaliseringsfeest’ op 1 januari 2020. ‘Ik heb een mooie arbeidsrechtelijke lente voorspeld. Maar mijn idee was ook dat veel overheden lok-cao’s gaan afspreken, met zulke goudgerande arbeidsvoorwaarden dat iedereen blindelings tekent. Van die ontwikkeling zie ik nog niets.’